DCD staat voor Developmental Coordination Disorder en is een stoornis in de ontwikkeling van de coördinatie van bewegingen. In de volksmond wordt het ook wel “onhandigheid” genoemd. DCD is een verzamelnaam voor licht verstoorde motorische functies. U kunt dit bijvoorbeeld merken aan problemen met:
Deze problemen kunnen los van elkaar optreden, maar komen vaak in combinatie voor. DCD komt bij 5-10% van de kinderen in het basisonderwijs voor en wordt vaker gezien bij jongens dan bij meisjes.

De diagnose DCD wordt gesteld door een kinderarts of revalidatiearts. Daarbij wordt gekeken naar criteria uit de DSM-IV classificatie. De kinderfysiotherapeut kan hierbij ondersteunen door de motorische ontwikkeling in kaart te brengen met een motorische test en een uitgebreide observatie van de motoriek. Wanneer de diagnose nog niet gesteld is, kan de kinderfysiotherapeut op basis van de uitkomst van de motorische test en de criteria van de DSM-IV classificatie adviseren om via de huisarts verder te laten beoordelen.
De huisarts kan u dan doorverwijzen naar de kinderarts of revalidatiearts.
Om volgens de DSM-IV binnen de classificatie DCD te vallen, moet uw kind aan een aantal criteria voldoen:
Bron: DSM-IV, naar de vertaling A.F. Klaverboer

In het kinderfysiotherapeutisch onderzoek brengen we de relatie tussen functiestoornissen, beperkingen en de gevolgen hiervan voor het functioneren van uw kind in kaart. Ook schatten we in hoeveel ruimte uw kind heeft om vaardigheden aan te leren of op een andere manier te oefenen.
Wanneer we starten met oefenen, werken we spelenderwijs aan de motoriek van uw kind. We stellen een behandelplan op in samenspraak met ouder en kind. Waar nodig overleggen we met de kinderarts, specialist, leerkracht, logopedist, ergotherapeut of andere betrokkenen