Fijn motorische problematiek

Fijn motorische problematiek

De basis van de fijne motoriek wordt al vroeg gelegd. Als baby leren we al snel dat we onze handen voor verschillende doeleinden kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld om dingen op te pakken, dingen te voelen of te gebruiken voor steun. Daarna ontdekt een baby al redelijk snel dat vingers ook een functie hebben.

Wat wordt er onder fijne motoriek verstaan?

Onder de fijne motoriek verstaan wij hetgeen men met de handen kan grijpen, manipuleren en loslaten. Het draait allemaal om de “fijne” bewegingen van de armen, handen en vingers. Denk hierbij aan knippen, plakken, tekenen of leren schrijven. Maar ook veters strikken en aankleden vallen onder de fijne motoriek. Op het moment dat een kind naar school gaat worden deze vaardigheden belangrijker en juist dan worden de problemen zichtbaarder.

In de meeste gevallen zijn leerkrachten daarom de eersten die fijn motorische problemen zien bij kinderen.

Wanneer naar de kinderfysiotherapeut?

Uw kind:

  • heeft moeite met het gebruik van bestek;
  • heeft moeite met aanleren van ritsen, veteren of knopen;
  • heeft moeite met kleutervaardigheden als tekenen en plakken;
  • laat ontwijkend gedrag zien om bepaalde spellen te spelen;
  • heeft veel kleine ongelukjes zoals dingen omstoten of laten vallen;
  • heeft problemen met leren schrijven.

Kinderfysiotherapie bij fijn motorische problematiek

Wij analyseren het probleem en de oorzaak aan de hand van verschillende testen en observaties. Als er sprake is van een motorisch probleem kan de kinderfysiotherapeut er mee aan de slag. Wij onderzoeken uw kind op mogelijke oorzaken van de motorische achterstand. Hierbij testen wij o.a. de spierspanning, houding en oog-handcoördinatie. Afhankelijk van deze uitkomst van het onderzoek wordt uw kind gestimuleerd in de motorische ontwikkeling door specifieke functionele oefeningen. Deze worden opgenomen in een behandelplan voor uw kind.

Fijne motoriek per leeftijd

Fijne motoriek ontwikkelt zich in fasen/mijlpalen en begint al bij de geboorte van een baby. Naarmate een kind ouder wordt, raakt de fijne motoriek ook meer ontwikkeld. Hieronder beschrijven wij enkele fijne motorische handelingen per leeftijdsfase.

0 t/m 12 maanden

In deze periode maakt de baby langzaam kennis met zijn armen, handen en vingers. In het begin is het zogenoemde grijpreflex aanwezig. Daarom knijpen baby’s altijd hun handen dicht als je je vinger in de hand legt. Na enkele maanden opent de baby rustig zijn/haar handen en raakt meer gewend aan zijn handen. Het lukt de baby dan ook steeds vaker om iets vast te pakken. Na een half jaar proberen baby’s vaak hun voeten vast te pakken en richting een jaar kunnen ze de handen en vingers gericht gebruiken.

12 t/m 18 maanden

Vanaf één jaar zijn de motorische vaardigheden meer ontwikkeld. Baby’s worden een stuk handiger met de handen en ook de vingers worden meer gebruikt. Zo zijn ze in staat om een klein voorwerp (of iets als een rozijn) met twee vingers te pakken (duim en wijsvinger) en kunnen ze met een losse vinger voorwerpen aanwijzen of hanteren.

Peuter

Een peuter is volop in ontwikkeling en wordt steeds handiger. Bovendien is dit de leeftijdsfase waar spelletjes een belangrijke rol spelen in het ontwikkelingen van de motoriek. Denk bijvoorbeeld aan het bouwen van een toren of het hanteren van verschillende vormen in een vormenstoof, of ringen om een ringentoren plaatsen. Ook leert uw kind voor het eerst potloden, krijtjes e.d. vast te houden en hiermee gerichter op papier te tekenen.

Schoolkind (groep 1 en groep 2)

Een kind van 4 jaar dat voor het eerst naar school gaat heeft in die jaren daarvoor op spelende wijs veel fijne motorische basisvaardigheden ontwikkeld. In groep 1 kan een kind al veel meer, zoals binnen de lijnen tekenen, vormen vouwen, drinken zonder te morsen etc. Maar ook knutselen gaat stuk een makkelijker. Denk bijvoorbeeld aan vormpjes maken van klei of langs de rand knippen. Maar ook een rits van een jas dichtmaken gaat gemakkelijker. In groep 1 en 2 worden bovengenoemde activiteiten veel herhaald om de fijn motorische vaardigheden te trainen. Denk hierbij dus aan veters strikken, knutselen, stapelen van blokken, het goed vasthouden van de pen, van stip tot stip tekenen etc. Daarnaast is het belangrijk dat u als ouder dit ook thuis stimuleert.

Wat kunt u zelf doen?

U speelt als ouder ook een belangrijke rol in de motorische ontwikkeling van uw kind. U kunt op spelenderwijs de fijne motoriek van uw kind stimuleren. Wij benoemen hieronder enkele handige tips:

Peuter van 18 t/m 24 maanden

  • zelfstandig leren eten met een lepel;
  • speel samen een spel om 2 tot 3 blokken op elkaar te stapelen;
  • blokken in het juiste gat van een vormenstoof stoppen;

Peuter van 24 t/m 30 maanden

  • daag uw kind uit om zijn/haar jas zelf open en dicht te ritsen;
  • speel samen een spel om meerdere blokken op elkaar te stapelen;
  • daag uw kind uit om enkele bladzijdes van een boek open te slaan; 

Peuter van 30 t/m 36 maanden

  • daag uw kind uit om lijnen over te tekenen;
  • grote kralen rijgen;

Peuter van 36 t/m 42 maanden

  • daag uw kind uit om zelf zijn/haar kleding aan te trekken;
  • als uw kind een shirt of jas heeft met knopen, laat uw kind deze knopen zelf los te maken;

Peuter van 42 t/m 48 maanden

  • daag uw kind uit om een puzzel te maken;
  • ga samen met uw kind vormen tekenen;
  • ga samen met uw kind simpele tekeningen over te trekken.
Heeft uw kind last van fijn motorische problematiek? Maak dan hier uw afspraak. Afspraak maken